Home › Goniometrie › Vergelijkingen oplossen
Goniometrische vergelijkingen oplossen: het stappenplan
Elke gonio-vergelijking op het examen is met hetzelfde stappenplan op te lossen. Als je één ding uit dit onderwerp echt moet beheersen, is het dit.
⚠️ Waar het misgaat
De twee klassieke fouten waarmee je punten verliest:
1. Je vindt maar één oplossing. Wie sin(x) = ½ beantwoordt met alleen x = ⅙π vergeet dat de sinus die waarde op twee plekken op de cirkel aanneemt — en dat beide plekken zich elke 2π herhalen.
2. Je deelt door cos(x) of sin(x). Daarmee gooi je oplossingen weg (namelijk precies de x-en waarvoor die factor nul is). Ontbinden, nooit delen.
Het inzicht: de eenheidscirkel
Nog niet vertrouwd met de eenheidscirkel? Lees dan eerst De eenheidscirkel & exacte waarden.
Een vergelijking als sin(x) = ½ stelt een vraag: voor welke draaihoeken is de hoogte op de eenheidscirkel gelijk aan ½? Sleep het punt hieronder en kijk zelf: er zijn altijd twee plekken op de cirkel met dezelfde sinus (dezelfde hoogte) — gespiegeld in de verticale as.
💡 Dus onthoud
Twee plekken op de cirkel + herhaling elke rondje (2π) = twee families van oplossingen. Daarom horen bij sin(A) = sin(B) altijd deze twee regels:
A = B + k·2π (zelfde plek op de cirkel)
A = π − B + k·2π (het spiegelpunt)
En bij cos(A) = cos(B) (spiegeling in de horizontale as):
A = B + k·2π of A = −B + k·2π
📋 Het stappenplan
- Herleid naar de vorm sin(...) = sin(...) of cos(...) = cos(...). Staat er een getal? Schrijf het als sinus of cosinus van een bekende hoek (exacte waarden!). Staan er factoren? Ontbinden, niet delen.
- Pas de twee standaardregels toe (zie hierboven) — je krijgt twee vergelijkingen met + k·2π.
- Los beide op naar x. Deel óók de k·2π-term mee als je door een getal deelt!
- Vul k in (…, −1, 0, 1, 2, …) en houd alleen de oplossingen in het gevraagde interval.
- Controleer met de cirkel: klopt het aantal oplossingen met wat je verwacht?
Uitgewerkte examenopgave
Los exact op: sin(2x) = ½ op het interval [0, 2π].
sin(2x) = sin(⅙π) — stap 1: ½ geschreven als sinus van een bekende hoek
2x = ⅙π + k·2π of 2x = π − ⅙π + k·2π = ⅚π + k·2π — stap 2: beide families
x = ¹⁄₁₂π + k·π of x = ⁵⁄₁₂π + k·π — stap 3: gedeeld door 2, óók de k-term!
x = ¹⁄₁₂π, ⁵⁄₁₂π, 1¹⁄₁₂π, 1⁵⁄₁₂π — stap 4: k = 0 en k = 1 vallen in [0, 2π]
🔎 Let op
Vier oplossingen — klopt dat? Check (stap 5): sin(2x) doorloopt op [0, 2π] twéé volledige perioden, en per periode zijn er twee oplossingen. 2 × 2 = 4. ✓
Zelf oefenen
Eerst zelf proberen, dan pas uitklappen — anders leer je alleen dat je het kunt lézen.
Opgave 1 — Los exact op: cos(x) = −½√2 op [0, 2π]
cos(x) = cos(¾π)
x = ¾π + k·2π of x = −¾π + k·2π
In [0, 2π]: x = ¾π of x = 1¼π (−¾π + 2π)
Opgave 2 — Los exact op: sin(3x) = sin(x) op [0, π]
3x = x + k·2π of 3x = π − x + k·2π
2x = k·2π of 4x = π + k·2π
x = k·π of x = ¼π + k·½π
In [0, π]: x = 0, ¼π, ¾π, π
Opgave 3 (instinker!) — Los exact op: 2 sin(x)·cos(x) = cos(x) op [0, 2π]
Niet delen door cos(x)! Alles naar één kant en ontbinden:
2 sin(x)·cos(x) − cos(x) = 0
cos(x)·(2 sin(x) − 1) = 0
cos(x) = 0 of sin(x) = ½
x = ½π + k·π of x = ⅙π + k·2π of x = ⅚π + k·2π
In [0, 2π]: x = ⅙π, ½π, ⅚π, 1½π
Wie deelde door cos(x), verloor de oplossingen ½π en 1½π — en de bijbehorende punten.
⏱️ Voor de tangens
De tangens herhaalt zich al elke π (niet 2π) en heeft maar één familie: tan(A) = tan(B) ⟺ A = B + k·π.
Kom je er niet uit?
Goniometrie is hét onderwerp waar één uur persoonlijke uitleg meer doet dan een week zelf staren. Ik geef bijles in wiskunde B — online of in Delft. De eerste kennismaking is gratis.
Plan een gratis kennismaking